Een van de belangrijkste bezienswaardigheden in Lanzarote is het Timanfaya National Park, ook Montanas del Fuego (vuurbergen) genoemd. Een spectaculair natuurgebied dat je best vergelijkt met een maanlandschap en dat je echt moet gaan bezoeken als je op het eiland bent. Het is behoorlijk uitgestrekt, zo’n 51 km² groot, met nog niet zo heel veel jaartjes op de teller. Het ontstond namelijk in 1730 – 1736 na een reeks hevige vulkaanuitbarstingen waardoor zo’n 11 dorpen van de kaart geveegd werden. Het eerste dorp dat dit lot onderging heette Timanfaya en heeft zijn naam dus ontleend aan het park. Nadien volgden nog uitbarstingen. De laatste dateert uit 1824 maar was minder hevig dan de versies uit de 18de eeuw. Ook nu nog is er sprake van vulkanische activiteit.

Je kunt het park op 3 manieren bezoeken: per bus, op de rug van een dromedaris of te voet.
Dat laatste was jammer genoeg niet voor ons weggelegd. Als je onder begeleiding van een gids een 3 km-lange wandeling wil maken door het park, dien je dit 2 maanden op voorhand te reserveren en 48 uur vooraf te herbevestigen. Wij hadden ons reisje naar Lanzarote last minute vastgelegd dus die optie is jammer genoeg niet voor ons weggelegd.
Per dromedaris is onzin. Je ziet bijna niks van het park, dus de enige optie voor ons is per bus.

Na het betalen van het entreegeld, rijden we richting parkeerplaats. Nu ja, rijden is optimistisch uitgedrukt. We zijn absoluut niet de enige die het park willen bezoeken, dus is het aanschuiven geblazen. Op zich niet zo erg want wat we te zien krijgen, is al bijzonder.
Bij aankomst op de parkeerplaats die behoorlijk vol staat, zoeken we een plaatsje in de bus en algauw vertrekken we, het gebied in.

De rit duurt zo’n 30 minuten en is voor mij veel te kort. Er wordt in 4 talen uitleg gegeven: Engels, Frans, Spaans en Duits. Het park is echt indrukwekkend. Prachtige kleuren, kraters, vulkaankegels. Het is er ook heel rustig, wat het onaardse nog extra accentueert. Echt jammer dat we niet even mogen uitstappen en een stukje rondlopen maar het is ook volkomen begrijpelijk gezien het kwetsbare karakter van het park. Foto’s maken doorheen het busraam is niet evident. Je krijgt vaak reflecties op het glas maar toch lukt het me om er een paar mooie te maken:

Timanfaya National Park

Timanfaya Nationaal Park

Timanfaya National Park

Na afloop volgt er nog een klein demo om aan te tonen dat er vlak onder de aardoppervlakte nog hevige krachten woeden.
Om te beginnen krijgen we allemaal een beetje lavagrond toegestopt dat heel erg warm aanvoelt. Vervolgens wordt er boven een bepaalde put een bosje stro gelegd die kort daarna in brand vliegt. Aangestoken door de warmte die uit de put komt, niet door middel van een vuurtje. Het derde deel vind ik het meest spectaculaire. In een koker wordt water gegoten nadat ons is gevraagd om op veilige afstand te gaan staan. Algauw wordt duidelijk waarom: het water spuit met een enorme kracht meters hoog.

In beeld:

Daarna begeven we naar het restaurant El Diablo. Een deel van de gerechten die er geserveerd worden, wordt bereid op een rooster dat over een 6 meter diepe put ligt. Uit dit grote gat komt vulkanische warmte, goed voor zo’n 300 graden Celsius.
In het restaurant kan je de hele dag door iets eten en drinken. Met een prachtig uitzicht op het park. Het is er wel iets duurder dan elders maar ja, zo’n setting heeft zijn prijs.

Als je het park verlaat, kan je een beetje verder op de weg naar Tinajo een klein museum gratis bezoeken, het Centro de Visitantes e Interpretacio, met info over de geschiedenis van dit fascinerende park.

Lanzarote is een leuk eiland om een weekje door te brengen. Het toerisme is mooi in het eiland geïntegreerd en dit is grotendeels te danken aan de ecologische kunstenaar César Manrique. Van zijn hand is trouwens ook het restaurant in Timanfaya. Manrique drukte zijn stempel op het eiland en zorgde er bijvoorbeeld voor dat alle huizen op het eiland wit zijn en dat er geen extreme hoogbouw is. Ook nu nog, na zijn dood, worden zijn regels gerespecteerd.
Op het eiland is genoeg te doen. De natuur is daar behoorlijk apart. Lees ook mijn verslagje over El Golfo met zijn groene meer.